Veel is er dat in 't leven, Den mensch tot klagen stemt, Dewijl bij al zijn streven. De vrees hem 't hart beklemt, Want dikwijls moet hij leeren, Dat niets bestendig is, Daar alles kan verkeeren, Al schijnt de vrucht gewis.Er is zoo meen'ge wonde, Die nooit of nimmer heelt. Als bitter loon ...